Welkom bij The Beijing Project

Elke dag van de maand mei 2008 zullen op dit blog teksten en foto's worden gepubliceerd die te maken hebben met het 'Beijing Project' van Toos van Holstein.
Als artist in residence bij de NY Arts Gallery Beijing heb ik de gelegenheid een tentoonstelling te maken in één van de ruimten van deze grote galerie. Daar komen natuurlijk olieverfschilderijen van mij te hangen. Maar ook wil ik proberen om samen met een aantal Chinese kunstenaars een 8-tal grote banners te gaan bewerken waarop van te voren al elementen uit schilderijen van mij gedrukt zijn. Op die manier hoop ik een symbiose tot stand te brengen tussen de moderne Chinese en de moderne Westerse kunst.

Over mij

maandag 19 mei 2008


Tot nu toe heb ik al heel wat kunstenaarsateliers bezocht, zowel binnen het kunstenaarsdorp Art Garden waar we zitten als er buiten (zie weer de bijgevoegde verzameling foto’s). Daarbij blijft het taalprobleem toch vaak een barrière om uitgebreid over hun kunst, middelen van bestaan en levenswijze te kunnen praten met elkaar. Maar af en toe lukt ’t wel in een rudimentair Engels of duikt er ineens een goed Engelssprekend persoon op die even snel via de mobiel is geregeld. Dan kun je weer echt wat wijzer worden. Want de kunstenaars zijn zeer vriendelijk, gastvrij en bereid om nieuwsgierige medekunstgenoten als ik antwoord op hun vragen te geven.

Op het financiële vlak heb ik zo geleerd dat de rente voor de gigantische ateliers in mijn omgeving zo’n € 5000 per jaar bedraagt. Ten minste nu! Want de laatste twee jaar is die huurprijs bijna twee keer zo hoog geworden. Als je voor een enigszins modern en niet te groot appartement meer naar het centrum toe al gauw tussen de € 500 en € 1000 per maand moet betalen, valt dat dus wel mee, zeker als je er ook nog redelijk comfortabel in kunt wonen. En dat laatste is zeer wel mogelijk. Maar in mijn ogen blijft ’t voor Chinese begrippen veel geld alhoewel er blijkbaar toch voldoende kunstenaars zijn die dit kunnen betalen en ook nog geld genoeg overhouden voor een dikke auto. Natuurlijk heeft een flink aantal een vaste baan om te kunnen leven, van enkelen weet ik dat ze gewoon een contract hebben met een galerie, iets dat hier blijkbaar toch meer voorkomt dan in Nederland. Soms is dat sterk beperkend in hun vrijheid van werken met anderen, soms ook moeten ze per jaar een aantal werken afleveren en kunnen ze met de rest doen wat ze willen.

Die auto’s worden misschien wel verklaard door het feit dat over kunst in China nog geen belasting hoeft te worden betaald, dat er ook geen rekeningen nodig zijn en dat er al veel superrijke Chinese verzamelaars zijn die uit statusoverwegingen heel makkelijk massa’s schilderijen koopt en dan ’t liefst geen kleintjes maar alleen hele grote. Hoe zou dat gaan wanneer uiteindelijk de nu nog ontbrekende wet wordt ingevoerd waardoor wel belasting zal moeten worden betaald? Of zouden de autoriteiten het gewoon zo laten als de in doorsnee vaak vrijdenkende kunstenaars in de diverse kunstenaarsenclaves in en rondom Peking op deze manier aardig tevreden zijn? Een intrigerende vraag!














zondag 18 mei 2008



Vandaag heb ik een dagje vrij genomen. Dus even geen weblog.

Tot morgen!

zaterdag 17 mei 2008


Hebben wij in Europa de Gorge du Verdon, dan hebben de Amerikanen de Grand Canyon en die is veel dieper en breder. Hebben wij ergens in Spanje nog een woestijn, dan hebben de Amerikanen in Nevada een veel grotere. Hebben wij nog ergens oude en hoge bomen, dan hebben de Amerikanen de veel oudere en veel hogere sequoia’s in Californië. “t Is gewoon zo, de Amerikanen hebben van alles wel iets hoger, dieper en breder. Maar in China kunnen ze in ieder geval zeggen dat ze de grootste vlooien/troep/handvaardigheids/vazen/antiek/enz. markt hebben.
Vanmorgen waren we op de Panjiayuan markt, inderdaad een gigantische markt waar elke dag enkele duizenden handelaars bij elkaar komen om aan de meer dan 50.000 dagelijkse bezoekers een ontzettende hoeveelheid curiosa aan te bieden. Kunst, nou ja, soms. Antiek, nou dat is maar afwachten. Echt zilver, wees op je hoede. Maar hoe dan ook, ’t is een ervaring. Curieus was om te zien hoeveel stalletjes er waren met posters en voorwerpen uit de Mao-tijd. Blijkbaar worden die nu vlijtig verzameld. De Grote Roerganger was er op alle mogelijke manieren terug te vinden. Ergens werd zelfs een uit drie delen bestaande poster van hem op de vieze vloer uitgerold, waarbij een aantal exemplaren van zijn Rode Boek dienden om het terugrollen te voorkomen (zie de foto). Ik denk dat in het recente verleden dit soort profane omgang met zijn beeltenis niet al te erg op prijs zou zijn gesteld!Je kunt hier uren ronddwalen, de traditionele Chinese papierkunst bekijken of de namaakschilderijen van nu wereldberoemde moderne Chinese kunstenaars, de sieraden uit Chinese minderheidsgebieden, Boeddha’s in allerlei soorten, maten en houdingen, Tibetaanse kastjes, tapijten, kleedjes, afgedragen kinderhoedjes en grote vazen, maar dan waarschijnlijk niet van de Ming dynastie. En je moet natuurlijk nooit de gevraagde prijs betalen. Maar is dat niet zo op al dit soort markten over de hele wereld?














vrijdag 16 mei 2008


Vandaag hoefde ik van mijzelf niet te schilderen, maar mocht ik de hele dag naar andere schilders kijken. Dat betekende dus een bezoek aan het Art District 798, een gebied waar we bijna twee weken geleden al even waren geweest. Soms wordt het beschreven als een gebied waar munitiefabrieken stonden, soms als de vroegere staatsfabriek voor elektronica. In ieder geval werd het gigantische complex vanaf 1954 opgebouwd met behulp van de DDR en werkten er tijdens de hoogtijdagen zo’n 20.000 mensen. Op een bepaald moment werd het geheel echter door de moderne ontwikkelingen achterhaald, raakte ‘t in verval en ontdekten leraren en studenten van de kunstacademie de locatie als ideale plek voor hun studio’s. Zoals dat dan overal ter wereld zo vaak gaat, krijgt zo’n vervallen geheel ineens weer een impuls. Toch was ’t rond 2004 heel onzeker of de kunstenaars er zouden mogen blijven omdat de staat het terrein bestemde voor nieuw te bouwen appartementen. Op de een of andere manier is het blijkbaar toch gelukt de bestuurders op andere gedachten te brengen, misschien wel omdat de Chinese kunst de laatste jaren in het Westen zo booming is en het complex daardoor een grote toeristische trekpleister kon worden. En dan gaat het ook gelijk in een geweldige stroomversnelling. Overal, maar dan ook werkelijk overal op het oude industriecomplex worden de hallen gerenoveerd, wordt het plaveisel overal tegelijk aangepakt, zijn er vele blikken, zo niet oliedrums met goedkope werklui opengerukt die alles nog handmatig doen en probeert men er voor de Olympische Spelen beginnen een kunstgebied van te maken zoals dat nergens ter wereld te vinden is. Want dat laatste kun je rustig stellen. Als straks alle groen en bloemen zijn aangeplant, de straten ook echt straten zijn en de meer dan 100 vaak gigantische galerieruimten zijn ingericht, is er een gebied ontstaan voor het propageren van Chinese kunst en mode waarbij elk land de vingers zou aflikken.Opvallend is ook dat het rondlopend publiek, afgezien van buitenlandse toeristen, voornamelijk bestaat uit jonge Chinezen. Hier krijgt het moderne China echt vorm. Ik heb weer geprobeerd dit alles met een flink aantal foto’s van de vaak prachtige ruimten, de opgebroken straten en de getoonde kunst te illustreren.





























donderdag 15 mei 2008



Wat doe je eigenlijk op zo’n doorsneedonderdag in Peking? Ach, ’s morgens gewoon wat werken, daarna in de stad lunchen met leden van de Nederlandse Vereniging hier want het is de derde donderdag van de maand (dit voor de insiders), in de buurt van het restaurant nog even de ontvangst bekijken van een hotemetoot bij een school door een fanfare orkest en dan natuurlijk nog naar de Lama tempel. Over verscheidenheid en tegenstellingen gesproken!
Die lunch was aangenaam, lekker buiten eten en lekker ongecompliceerd Nederlands kletsen met de vrouwen van hier werkende mannelijke expats. Ik ben benieuwd hoe ik vannacht zal dromen, in het Nederlands of in het Engels. Want de laatste nachten begon het Engels daarin toch te overheersen.
Prachtig ook was dat fanfare orkest van jonge kinderen. En het klonk beslist heel goed. In Nederland heb ik dat wel veel slechter gehoord bij volwassenen.

De Lama tempel echter, de belangrijkste Tibetaanse boeddhistische tempel in Peking, was het hoogtepunt. Hier werd (en wordt?) de volgende reïncarnatie van de Panchen Lama bepaald. Midden in het nieuwe Peking met z’n hoge flats, kantoorgebouwen en door auto’s overladen straten staat daar plotseling zo’n eeuwen oud gebouw met een beladen historie. Binnen het complex heerst een weldadige rust ondanks de vele toeristen, zowel Chinezen als buitenlanders. Opvallend vond ik ook het grote aantal jonge Chinezen dat offers bracht en intens stond te bidden. Omdat er in het algemeen niet veel gepraat wordt over het recente verleden was het zeer interessant op één van de officiële borden te lezen dat deze tempel de Culturele Revolutie had overleefd dank zij de toenmalige Eerste Minister Tsoe-En-Lai en in 1981 weer voor het publiek was opengesteld. Curieus was de officiële mededeling dat de uit één stuk sandelhout gemaakte 18 meter hoge Boeddha in de belangrijkste tempel van het complex in 1990 was vermeld in het Guinness Book of Records. Waar dat boek dus al niet goed voor is! En waar foto’s al niet goed voor zijn om de sfeer weer te geven.