Welkom bij The Beijing Project

Elke dag van de maand mei 2008 zullen op dit blog teksten en foto's worden gepubliceerd die te maken hebben met het 'Beijing Project' van Toos van Holstein.
Als artist in residence bij de NY Arts Gallery Beijing heb ik de gelegenheid een tentoonstelling te maken in één van de ruimten van deze grote galerie. Daar komen natuurlijk olieverfschilderijen van mij te hangen. Maar ook wil ik proberen om samen met een aantal Chinese kunstenaars een 8-tal grote banners te gaan bewerken waarop van te voren al elementen uit schilderijen van mij gedrukt zijn. Op die manier hoop ik een symbiose tot stand te brengen tussen de moderne Chinese en de moderne Westerse kunst.

Over mij

vrijdag 16 mei 2008


Vandaag hoefde ik van mijzelf niet te schilderen, maar mocht ik de hele dag naar andere schilders kijken. Dat betekende dus een bezoek aan het Art District 798, een gebied waar we bijna twee weken geleden al even waren geweest. Soms wordt het beschreven als een gebied waar munitiefabrieken stonden, soms als de vroegere staatsfabriek voor elektronica. In ieder geval werd het gigantische complex vanaf 1954 opgebouwd met behulp van de DDR en werkten er tijdens de hoogtijdagen zo’n 20.000 mensen. Op een bepaald moment werd het geheel echter door de moderne ontwikkelingen achterhaald, raakte ‘t in verval en ontdekten leraren en studenten van de kunstacademie de locatie als ideale plek voor hun studio’s. Zoals dat dan overal ter wereld zo vaak gaat, krijgt zo’n vervallen geheel ineens weer een impuls. Toch was ’t rond 2004 heel onzeker of de kunstenaars er zouden mogen blijven omdat de staat het terrein bestemde voor nieuw te bouwen appartementen. Op de een of andere manier is het blijkbaar toch gelukt de bestuurders op andere gedachten te brengen, misschien wel omdat de Chinese kunst de laatste jaren in het Westen zo booming is en het complex daardoor een grote toeristische trekpleister kon worden. En dan gaat het ook gelijk in een geweldige stroomversnelling. Overal, maar dan ook werkelijk overal op het oude industriecomplex worden de hallen gerenoveerd, wordt het plaveisel overal tegelijk aangepakt, zijn er vele blikken, zo niet oliedrums met goedkope werklui opengerukt die alles nog handmatig doen en probeert men er voor de Olympische Spelen beginnen een kunstgebied van te maken zoals dat nergens ter wereld te vinden is. Want dat laatste kun je rustig stellen. Als straks alle groen en bloemen zijn aangeplant, de straten ook echt straten zijn en de meer dan 100 vaak gigantische galerieruimten zijn ingericht, is er een gebied ontstaan voor het propageren van Chinese kunst en mode waarbij elk land de vingers zou aflikken.Opvallend is ook dat het rondlopend publiek, afgezien van buitenlandse toeristen, voornamelijk bestaat uit jonge Chinezen. Hier krijgt het moderne China echt vorm. Ik heb weer geprobeerd dit alles met een flink aantal foto’s van de vaak prachtige ruimten, de opgebroken straten en de getoonde kunst te illustreren.





























donderdag 15 mei 2008



Wat doe je eigenlijk op zo’n doorsneedonderdag in Peking? Ach, ’s morgens gewoon wat werken, daarna in de stad lunchen met leden van de Nederlandse Vereniging hier want het is de derde donderdag van de maand (dit voor de insiders), in de buurt van het restaurant nog even de ontvangst bekijken van een hotemetoot bij een school door een fanfare orkest en dan natuurlijk nog naar de Lama tempel. Over verscheidenheid en tegenstellingen gesproken!
Die lunch was aangenaam, lekker buiten eten en lekker ongecompliceerd Nederlands kletsen met de vrouwen van hier werkende mannelijke expats. Ik ben benieuwd hoe ik vannacht zal dromen, in het Nederlands of in het Engels. Want de laatste nachten begon het Engels daarin toch te overheersen.
Prachtig ook was dat fanfare orkest van jonge kinderen. En het klonk beslist heel goed. In Nederland heb ik dat wel veel slechter gehoord bij volwassenen.

De Lama tempel echter, de belangrijkste Tibetaanse boeddhistische tempel in Peking, was het hoogtepunt. Hier werd (en wordt?) de volgende reïncarnatie van de Panchen Lama bepaald. Midden in het nieuwe Peking met z’n hoge flats, kantoorgebouwen en door auto’s overladen straten staat daar plotseling zo’n eeuwen oud gebouw met een beladen historie. Binnen het complex heerst een weldadige rust ondanks de vele toeristen, zowel Chinezen als buitenlanders. Opvallend vond ik ook het grote aantal jonge Chinezen dat offers bracht en intens stond te bidden. Omdat er in het algemeen niet veel gepraat wordt over het recente verleden was het zeer interessant op één van de officiële borden te lezen dat deze tempel de Culturele Revolutie had overleefd dank zij de toenmalige Eerste Minister Tsoe-En-Lai en in 1981 weer voor het publiek was opengesteld. Curieus was de officiële mededeling dat de uit één stuk sandelhout gemaakte 18 meter hoge Boeddha in de belangrijkste tempel van het complex in 1990 was vermeld in het Guinness Book of Records. Waar dat boek dus al niet goed voor is! En waar foto’s al niet goed voor zijn om de sfeer weer te geven.































woensdag 14 mei 2008


Dedagen vliegen voorbij. Ik heb een grote tafel in de galerieruimte neergezet om er te experimenteren met waterverf, Chinese inkt en verschillende soorten papier die ik in de materiaalwinkel bij de Academie heb gekocht. Maar naast dit werken zijn we vanmiddag bijvoorbeeld met Nan Fei, een Chinese vrouwelijke kunstenaar waarmee ik via e-mail vanuit Nederland al contact had gelegd, eerst wezen lunchen en toen op bezoek geweest bij een haar bekende galerie, geleid door een Francaise getrouwd met een beroemde Chinese rockmuzikant, en het atelier van een Chinees die hele grote doeken schilderde. Daar verbaas ik me sowieso over, over de gigantische doeken die hier worden gemaakt. Aan welke muren moeten die in godsnaam hangen? Weer zo’n vraag waar ik nog geen antwoord op heb.
Maar eigenlijk wil ik vandaag ons al eerder gememoreerde stamrestaurant eens in het Chinese zonnetje zetten. Simpel maar schoon en lekker eten! Dat kun je natuurlijk ’t beste laten zien met veel foto’s. Dochter of zoon neemt de bestelling op, vader zorgt voor het vegen van de vloer en het kleinkind, moeder houdt het geld in de gaten en vult de rijstkommetjes uit een grote pan en dan staan er nog twee man in de keuken. Die keuken ziet er zeer georganiseerd uit en heeft als enige nadeel dat het brandende gas het geluid maakt van een opstijgend vliegtuig als er weer een nieuwe schotel wordt klaargemaakt. Maar daar hoor je ons niet over klagen. Net zoals over de rekening na afloop. En dat de biertap naast de afwasmachine staat in het restaurant zelf terwijl de televisie soms toch wel een beetje hard staat en onze vingers af en toe nog steeds de chop sticks te krampachtig vasthouden, ach, wie maalt daar om.Overigens, als we aan het eind van de maand vertrekken, hebben ze één menu exemplaar waarin naast de Chinese tekens van hun ontzettend grote hoeveelheid verschillende gerechten de nodige Engelse vertalingen staan. Elke keer namelijk als we ergens op een tafel een lekkere schotel zien staan, kijken we wat erin zit, vragen op welke bladzij die in het menu staat en schrijven de vertaling erbij. Dat is nou globalisering!















dinsdag 13 mei 2008


Hegezhuang is het stukje van Peking waar we deze maand zitten. ’t Ligt redelijk ver van het centrum, maar dat zegt in deze stad helemaal niets. In de omgeving ligt nog veel te bebouwen grond en over een paar jaar zal dat dus ongetwijfeld gebeurd zijn want nu al zie je de hogere bebouwing vanuit de verte oprukken. Alles in deze stad ontwikkelt zich ten slotte in een razend tempo. De Nederlandse discussies over stroperige besluitvorming bij grote infrastructurele projecten zouden hier vermoedelijk niet echt worden begrepen.

Maar goed, Hegezhuang dus. Eigenlijk is dit Peking in het klein als je kijkt naar de ontwikkelingen in de directe omgeving. De galerie staat in de vier jaar geleden gebouwde kunstenaarsenclave 318 Art Garden (zie foto). Over dat verschijnsel van de vele kunstenaarsdorpen in en rond Peking hoop ik een volgende keer nog iets te schrijven. In ieder geval stikt ’t hier van de ateliers waarin ook vaak wordt gewoond. Het is allemaal netjes maar de rijkdom straalt er beslist niet vanaf. Daarom is het zo interessant dat direct naast onze enclave, en eigenlijk nog als onderdeel ervan, een ontzettend dure tent staat, het Green T House (zie foto). Een kopje thee in dit overigens prachtig ontworpen en in een soort minimalistische Chinese designstijl aangeklede etablissement kost je niet één maar twee Nederlandse ribben uit je lijf, laat staan als het om Chinese ribben gaat. Zelfs een Amerikaan die we spraken in het eerder beschreven Frank’s Place en die naar zijn zeggen grootaandeelhouder was in DAF-trucs, vond de prijzen hier toch echt ‘over the top’. Dit is dus bedoeld voor de echt rijke Pekinezen. Daarvan zitten er in de buurt trouwens flink wat als je kijkt naar een paar ommuurde enclaves voor hen en het type huis wat daarbinnen staat. Volgens onze chauffeur moesten die huizen zo’n € 800.000 kosten. Niet voor niets zijn de muren er hoog en de toegangen streng bewaakt. Als je bedenkt dat we in ons stamrestaurant in de nabije hutong met 4 personen uitgebreid en heerlijk eten voor € 4 zegt dat iets over de tegenstellingen in China.

Als we vanuit de galerie lopen naar die hutong, in de richting tegengesteld aan de positie van het Green T House, passeren we echter eerst nog een andere gebied dat ook met kunst te maken heeft. Hier worden volop nieuwe galerieën gebouwd en hangt een reusachtige fabriekshal zelfs al vol met alleen maar Chinese kunst (zie de foto’s). Maar ook daarover later nog eens een keertje. Al die tegenstellingen op dit hele kleine stukje Peking weerspiegelen in mijn ogen perfect wat in China allemaal aan ontwikkelingen gaande is. Maar gelukkig is er toch ook nog steeds die traditionele hutong met zijn kleine winkeltjes, eetstalletjes op straat (foto’s) en vele vrolijke en aardige mensen, al spreken ze dan geen woord over de grens.