Welkom bij The Beijing Project

Elke dag van de maand mei 2008 zullen op dit blog teksten en foto's worden gepubliceerd die te maken hebben met het 'Beijing Project' van Toos van Holstein.
Als artist in residence bij de NY Arts Gallery Beijing heb ik de gelegenheid een tentoonstelling te maken in één van de ruimten van deze grote galerie. Daar komen natuurlijk olieverfschilderijen van mij te hangen. Maar ook wil ik proberen om samen met een aantal Chinese kunstenaars een 8-tal grote banners te gaan bewerken waarop van te voren al elementen uit schilderijen van mij gedrukt zijn. Op die manier hoop ik een symbiose tot stand te brengen tussen de moderne Chinese en de moderne Westerse kunst.

Over mij

zondag 11 mei 2008


Vandaag de opening om 3 uur! En vanmorgen kletterde de regen al vanaf 5 uur op het dak. Zoiets maakt enigszins nerveus, want regen is meestal niet bevorderlijk voor een amusante en druk bezochte vernissage. Gelukkig klaarde ’t zo rond een uur of één toch wel wat op en bleken de zenuwen uiteindelijk niet meer van belang. Het werd een drukke en geanimeerde middag met toch nog een barbecue buiten (want dat hoort er hier wel bij heb ik begrepen) en met een mix van bezoekers, waaronder een aantal buitenlanders en ook Nederlanders en natuurlijk wat nieuwsgierige Chinese kunstenaars. Ik laat de sfeerbeelden verder voor zichzelf spreken.






























zaterdag 10 mei 2008





Dit weblog is in feite geen dagboek te noemen. Er vinden tot nu toe elke dag zoveel verschillende gebeurtenissen plaats dat het beter is er hooguit een paar van te selecteren om over te vertellen. Anders zouden de verhalen veel te lang worden.
Vandaag wil ik me zelfs beperken tot één onderwerp, namelijk Brian Wallace. Wie is in godsnaam Brian Wallace? Die gedachte ligt, gezien de nogal onchinese naam, beslist voor de hand. Brian is dan ook geen Chinees maar een Australiër. Maar hij is wel een icoon in de Chinese kunstwereld en de eigenaar van één van de mooiste galerieruimten in Peking. Hoe is dat alles zo gekomen?

Toen hij als rugzakker in 1984 voor het eerst in China kwam, was er nog totaal geen naar buiten tredende moderne kunstwereld te bekennen. De traditionele kunst overheerste volledig. Moderne kunstenaars hadden ’t zelfs zeer moeilijk onder het toenmalige regiem. In 1986 keerde hij terug naar Peking en opende er een galerie, gewoon omdat de kunstscène in de stad nog helemaal geen podium had en hij vond dat de kunstenaars toch eigelijk geholpen moesten worden. Hoe hij het voor elkaar heeft gekregen om daarvoor gelijk één van de beste plekken te regelen weet ik nog niet, maar dat ga ik hem, als ’t kan, beslist een keer vragen. Tot nu toe kwam ik hem twee keer tegen, de eerste keer vorige week vrijdag bij een opening, de tweede keer vandaag bij een vernissage in zijn eigen Red Gate Gallery (zie de eerste foto hierboven) en tegen een derde keer heb ik beslist geen bezwaar. Hij is een namelijk een zeer aimabel man met zeer veel kennis van de intrigerende kunstwereld hier, waarover ik deze maand nog wel eens iets hoop te vertellen. Je kunt rustig zeggen dat alle Chinese kunstenaars die de laatste jaren zo booming zijn in de westerse wereld via zijn galerie zijn begonnen. En dat is toch wel heel bijzonder! Net dus zoals de plek van die galerie.

Die zit, inderdaad, in de Red Gate. Van de omwalling van het oude Peking is niet veel meer over, behalve een enkel stuk recent weer gerestaureerde muur en een aantal majestueuze, ook gerestaureerde toegangspoorten. Dat zijn echte torenachtige verdedigingswerken die van verre de vijand waarschijnlijk al ontzag inboezemden. In zo’n toren heeft Brian twee etages. Eén van de foto’s geeft hiervan een redelijke indruk.De tentoonstelling zelf, van ene Lu Peng, vond ik ook erg goed, vooral zijn werk op papier. Dit was modern en toch authentiek Chinees werk, gemaakt door iemand met een technische vaardigheid die weinig schilders in Nederland hebben, om je vingers bij af te likken.

vrijdag 9 mei 2008


Vandaag werden de banieren en de hier opgespannen olieverven opgehangen. Hoe zou dat uitpakken? Zou het beeld dat ik hier
over van te voren
in mijn hoofd had
gemaakt kloppen?
Hoe zou alles zich
met elkaar verhouden in die
tot 7 meter hoge
ruimte? Wel, beleef
't mee in de foto's.
Tekst lijkt me niet
nodig!



























donderdag 8 mei 2008



Ik was van plan om vandaag iets te melden over onze directe omgeving en daar wat foto’s van te laten zien ( nou, vooruit, één fotootje dan van de hutong hier op een steenworp afstand). Maar dat loopt anders. ’t Is nu na tienen ’s avonds en zes uur later dan in Nederland. Onze late thuiskomst heeft te maken met toch weer een speciale ervaring die het ook verdient om melding van te maken.
Na een bezoek in de namiddag aan de Nederlandse ambassade om daar uitnodigingen voor de opening aanstaande zondag af te geven, raakten we verzeild in Frank’s Place. Dat is nou niet direct een Chinese naam en dat klopt ook. Dit is zo’n beetje de oudste expatbar in de stad, geopend in 1989. We hadden die ontdekt door het magazine van de Nederlandse Vereniging. Verbazingwekkend is dat deze plek in ’t geheel niet wordt genoemd in de Lonely Planet, toch zo’n beetje de bijbel voor de hedendaagse reiziger, terwijl het een geweldige plek is. Natuurlijk hadden we ook voor hier een aantal uitnodigingen op zak voor zondag en die zijn nu in handen gekomen van Amerikanen, Engelsen, Duitsers, Zwitsers en natuurlijk ook Nederlanders want die vind je ten slotte over de hele wereld. Wat ooit in onze Gouden Eeuw begon, vindt nog steeds navolging. Dat VOC gevoel! Toch? Om te spreken met iemand in onze regering die daar blijkbaar verstand van heeft.
In ieder geval hebben we vanavond van vooral zakenlieden veel geleerd over de Chinese cultuur en gewoonten.Velen bleken vaak al jaren hier te wonen en waren soms ook getrouwd met Chinese vrouwen. En toch hebben ze dan de behoefte om af en toe in een Westerse omgeving te verkeren om gewoon even geen rekening te hoeven houden met de Chinese gewoonten. Lekker aan de bar hangen met bijvoorbeeld een Stella Artois en wat ouwehoeren, iets dat Chinezen niet echt kennen. Of eten met mes en vork in plaats van chop sticks en dan natafelen en niet na de maaltijd gelijk opstappen.
We leerden ook dat er twee cruciale perioden zijn in het leven van een Westerling in China. Heb je er na 7 of na 11 jaar nog niet de balen van, dan is de kans heel erg groot dat je hier nog heel lang blijft. Wel, die vraag zullen wij ons niet hoeven te stellen als we na een verblijf van één maand weer terug gaan. Maar ik kan me voorstellen dat je automatisch een keer aan die vraag toekomt als je hier langer verkeert. Het bruist hier werkelijk aan alle kanten van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. En voor zakenlui is er inderdaad het nodige te verdienen. Stel je voor, gedurende een aantal jaren al komen er elke dag alleen in Peking al 1000 nieuwe auto’s bij! Ik begin er een beetje een voorstelling van te krijgen dat ‘men’ zegt dat het hier in de toekomst allemaal gaat gebeuren.

woensdag 7 mei 2008




Gisteren eindigde ik met een opmerking over de onbereikbaarheid van dit weblog hier in Peking. Een extra bevestiging hiervan kreeg ik gisteravond tijdens een bezoekje thuis bij een Chinese kunstenaar: ook daar hetzelfde verschijnsel. Zonder al te veel woorden waren de onderling uitgewisselde blikken duidelijk genoeg: de Olympische Spelen komen er aan en dus …! Maar in ieder geval kan ik nog steeds teksten en foto’s versturen.

Vanmorgen was de afgesproken sessie met de meidengroep. Die was in de Mode Academie van Peking. Dat bleek ten minste toen we daar arriveerden want de jongeman die we op eigen verzoek maar tot onze vaste chauffeur hebben gebombardeerd, wist via een telefoontje wel waar hij heen moest terwijl dat voor ons nog een verrassing was. Maar zo gaat dat hier, daaraan ben ik bijna al gewend. Overigens werd er niet alleen aan mode gedaan, maar onder andere ook aan edelsmeden, industrieel design en schilderen. Daar kwamen we achter toen Zhanhe, die de sessie op deze plek had georganiseerd omdat ze er lerares is, ons in de loop van de dag nog een rondleiding gaf.
Maar eerst moest er geconcentreerd worden gewerkt. De groep bestond weer uit vijf vrouwen met twee nieuw gezichten erbij terwijl er twee van afgelopen zondag blijkbaar niet aanwezig konden zijn. In overleg besloten we dat ze hun vrije gang konden gaan bij het werken op het papier dat ik had meegenomen. ’t Is leuk om te merken dat we al aardig aan elkaar gewend raken en dat het Engels van sommigen ook enigszins verbeterd naarmate de sfeer losser wordt.Er werd heel wat op zijn Chinees afgegiegeld en gekwetterd. De stijlen van hun werk lopen zeer uit elkaar, van abstract tot echt realistisch. Hoe ik dat ga integreren in de expositie weet ik nog niet goed, maar dat is mijn probleem, niet het hunne.

De ochtendsessie werd besloten met een prima lunch voor ons allen in het speciale academierestaurant. Zhanhe bood ons deze aan. Heel sympathiek! We hebben ook nog even een blik geworpen in de twee gigantische eetzalen voor de 2000 studenten hier, waardoor die uitnodiging nog sympathiekere trekjes kreeg. Dit is toch ook waarom we hier zijn. Zulke dingen maak je als gewone toerist niet mee. Ik ga steeds meer beseffen dat wat we meemaken toch eigenlijk wel uniek is. ’t Werd allemaal nog leuker toen we de al gememoreerde rondleiding kregen. Ik raakte helemaal weer in oude sferen bij het betreden van het klaslokaal waar haar studenten bezig waren met naaktmodeltekenen. Dat model kregen we natuurlijk niet te zien, dat verdween snel achter een paar opgespannen canvasdoeken voordat we de ruimte mochten betreden. De studenten vonden ons bezoek prachtig en raakten steeds enthousiaster toen ik ook nog opmerkingen over hun werk mocht maken. Met hun mobieltjes hebben ze heel wat staatsieportretten gemaakt van mij met hun collegastudenten. Want mobieltjes, en meestal heel flashy, hebben ze natuurlijk allemaal. Mijn vooroorlogse mobiele monster steekt daar wel zeer schrijnend bij af. Hun kleding was ook volstrekt westers. Als er geen Chinese lijven in zouden steken met Chinese hoofden erop zou je je net zo goed in het westen kunnen wanen. Maar ja, wat wil je, die kleding van ons wordt tegenwoordig voor het grootste deel in hun land gemaakt!

dinsdag 6 mei 2008




Vanmorgen vroeg scheen de zon al fel naar binnen en kon ik me niet langer inhouden. Ik had last van schildersjeuk en was om half zeven al bezig in de expositieruimte om verder te werken aan een paar van de banieren. Sommige leenden zich er heel goed voor om, gezien de voorkant, ze ook aan de nog maagdelijk witte achterkant te beschilderen. Dus ging ik aan de gang met de hier gekochte acrylverf en Chinese inkt, die zich trouwens meer gedraagt als touche. Maar dit laatste is, denk ik, meer een opmerking voor de technische insiders. Daarnaast ben ik, als voorbereiding voor de sessie met de meidengroep morgen, ook aan de gang gegaan met een zelfportret op papier. Nu, aan het eind van de middag, voel ik me dan ook echt helemaal leeg. Mijn energie is volledig geabsorbeerd door het papier, de verf en de inkt.

Gelukkig zorgen de mannen voor de voedselondersteuning. ’t Is misschien wel handig even uit te leggen waarom hier het meervoud van het andere geslacht wordt gebruikt. In een tweede grote ruimte is nog een ander vrouwelijke kunstenaar bezig, Hillary Pollock uit Australië. Ook haar partner, Graham is met haar meegekomen. Zowel hij als mijn Harm hebben een onderwijskundige achtergrond en zijn beiden met de VUT. Zoiets schept een band, net zoals bij Hillary en mij door de kunst. We zijn de afgelopen dagen dan ook al veel met elkaar opgetrokken tijdens de diverse gebeurtenissen die ik al eerder beschreef.
De mannen dus trekken er op uit op voedseljacht, de hutong in die een paar honderd meter hier vandaan ligt. In de wirwar daar van straatjes met lage huizen en winkeltjes vind je nog het China zoals we ons dat altijd voorstelden. Een groot verschil met vroeger is dat er nu wel een type auto’s rijdt en geparkeerd staat in de nauwe straatjes, waar ik vier keer over na zou denken voor ik die zou kopen. Ook de lantaarnpalen die werken op zonnecellen zijn beslist een nieuw verschijnsel. Te zijner tijd zal ik in dit blog van dit soort hutongs nog wel een paar foto’s tonen.
Maar goed, de mannen slaan dus het voedsel in en komen dan triomfantelijk vertellen dat de lunch, bestaande uit acht broodjes gevuld met allerlei lekkers, de riante som van 40 eurocent kostten. Daarbij zijn er dan natuurlijk, Graham is niet voor niets een Australiër, ook nog een paar koude biertjes uit de supermarkt voor zo’n zelfde bedragje.

Vanavond gaan we ongetwijfeld weer naar ons stamrestaurant in de hutong om de magen een Chinese inhoud te geven. Daarbij zullen we er echt op moeten letten dat de buiken aan het eind van deze maand niet ook een Chinese omvang hebben gekregen zoals je die wel ziet bij die bekende beeldjes van breed lachende zittende Chinese mannetjes.

Trouwens, over Chinese mannetjes gesproken. Er is hier iets heel raars aan de hand met dit weblog. Ik kan de teksten en foto’s wel invoeren zoals ze via mijn website te lezen zijn, maar ik kan het blog sinds kort hier in Peking niet meer zelf openen zoals in de eerste paar dagen het geval was. Op de desbetreffende pagina van mijn site wordt dan vermeld dat de proxysurfer, of hoe dat technisch ook allemaal heet, niet gevonden is. Ook op andere manieren lukt het niet om hier vandaan het blog te bereiken! Ra, ra!!

maandag 5 mei 2008




De meiden van de Chinese kunstenaarsgroep zijn beslist zeer attent.Vanmorgen was er gelijk al een telefoontje dat we woensdag weer met z’n allen bij elkaar komen. En dan ook maar gelijk lekker vroeg: acht uur dient er een taxi voor de deur te staan! Zoiets geeft toch een rustig gevoel en die rust is echt wel nodig, af en toe staan mijn brein en mijn lijf toch aardig onder spanning door de situatie die ik zelf heb willen creëren. Maar door die spanning, dat weet ik van mijzelf, ontstaan er ook weer allerlei ideeën, vaak zelfs te veel.
Ik had me al voor genomen om hier bij de expositie ook ‘iets’ met en op papier te gaan doen. Ten slotte is kunst op papier een belangrijk onderdeel van de cultuur van het oude China.
Vanmorgen ben ik daarom begonnen met het maken van een aantal kleine aquarellen op papier dat ik al had meegenomen vanuit Nederland. Die wil ik bij de tentoonstelling presenteren in een groot blok.

Vanmiddag echter moesten we weer op stap, want ik had niet alleen papier nodig voor m’n meiden voor woensdag maar ook voor mezelf. Waarom weet ik niet, maar ik wilde ‘t gewoon hebben vanwege dat ‘iets’ hierboven. Tegenover de centrale kunstacademie van Peking bevindt zich een letterlijke opeenstapeling van allerlei kunstmateriaalwinkels in een concentratie die we bij ons niet kennen. Ongelooflijk wat daar allemaal is te krijgen! Maar ja, er lopen op die academie ook heel erg veel studenten rond, veel meer dan bij ons het geval is. En als je dan kijkt naar de prijs raak je nog verlekkerder. Ik moet me daar echt inhouden, anders koop ik veel te veel. In ieder geval heb ik naast het meidenpapier een aantal grote vezelachtige vellen van diverse kleuren gekocht die lijken op Japans papier.

Terwijl onze chauffeur, we hadden gevraagd om dezelfde als twee dagen geleden, weer geduldig bleef wachten, zijn we uit nieuwsgierigheid ook nog even overgewipt naar de academie. Dat even werd overigens toch flink wat langer. Allereerst kun je er als vreemdeling bijna verdwalen, zo groot is ’t daar, maar op een bepaald moment kwamen we ook terecht in hun winkel. Daar overviel me weer datzelfde hebberige gevoel als in de materialenwinkels, nu door een overvloed aan boeken. Die zijn dan jammer genoeg wel in het Chinees, maar ze tonen dat de studenten hier nog steeds de basistechnieken bijgebracht krijgen op een manier die in Nederland is uitgestorven, op een enkele enclave na. Hier moest ik natuurlijk weer een aantal boekjes kopen die ik waarschijnlijk ga verwerken in mijn tentoonstelling hier. Maar ook dat idee moet de komende dagen nog vorm gaan krijgen.’t Is nu dinnertime (dat ga je krijgen als er voortdurend Engels moet worden gesproken) en dat is geen slechte tijd. Tot nu toe is het eten hier prima geweest, of ’t nu is in een duurdere tent of in een simpel, lokaal restaurant. Hier zelf in de keuken gaan staan om te koken is echt een belachelijke gedachte als je bedenkt dat we gisteren in zo’n familierestaurantje met 4 personen werkelijk uitstekend hebben gegeten voor nog geen 4 €. Dat eten krijgt dus nog wel eens extra aandacht in deze maand, maar voorlopig blijft de kunst nog de hoofdmaaltijd.