Welkom bij The Beijing Project

Elke dag van de maand mei 2008 zullen op dit blog teksten en foto's worden gepubliceerd die te maken hebben met het 'Beijing Project' van Toos van Holstein.
Als artist in residence bij de NY Arts Gallery Beijing heb ik de gelegenheid een tentoonstelling te maken in één van de ruimten van deze grote galerie. Daar komen natuurlijk olieverfschilderijen van mij te hangen. Maar ook wil ik proberen om samen met een aantal Chinese kunstenaars een 8-tal grote banners te gaan bewerken waarop van te voren al elementen uit schilderijen van mij gedrukt zijn. Op die manier hoop ik een symbiose tot stand te brengen tussen de moderne Chinese en de moderne Westerse kunst.

Over mij

vrijdag 23 mei 2008


Vandaag zorgde de afhaal Chinees voor onze lunch omdat we in de galerie onderling nog een soort openingetje te vieren hadden. Dat klinkt natuurlijk vreemd omdat de officiële vernissage al weer bijna twee weken achter ons ligt, maar voor alles is wel een verklaring dus ook hiervoor.

Ik heb al diverse keren even een korte opmerking gemaakt over mijn medekunstenaar in de galerie, de Australische Hilary Pollock. Wij trekken regelmatig met haar en haar man Graem op. Hilary had net zoals ik al vanaf huis een grote rol met een aantal olieverven meegenomen en die hier laten opspannen. Ze had zichzelf echter ook voorgenomen hier nog een aantal werken op papier te maken want we hebben in de galerie alle gelegenheid om tijdens de tentoonstelling door te werken, iets waarvan we beiden ook gebruik maken, zij ‘t Hilary nog weer meer dan ik. In de meegenomen serie op doek, gewijd aan de vijf zintuigen, had ze al diverse Chinese elementen verwerkt. Daarmee is ze doorgegaan in een serie van vier met verschillende Chinese potten op echt groot papierformaat. Die had ze net op tijd af voor de officiële opening.
Daarna heeft ze nog een andere serie van vier gemaakt, gewijd aan de jaargetijden. En die serie was vanmorgen af. Dat moest dus gevierd worden en vandaar die afhaal Chinees.Bijgaand weer een aantal foto’s, dit keer gewijd aan haar werk in overzicht en in detail.












Als je ’s avonds Chinese hot pot hebt gegeten en om 10 uur thuiskomt, is de lust om dan nog even de dagelijkse aflevering voor dit weblog te schrijven niet overdreven groot. Daarom besloot ik ’t maar uit te stellen tot de morgen en gebruik te maken van het feit dat de zon opkomt in het oosten en in Nederland het overgrote deel van de bevolking toch nog op één oor ligt, aangenomen ten minste dat dit op z’n zij slaapt.

Een aantal dagen geleden kwamen we bij toeval Rob Korfage tegen, een Nederlander die les geeft op de basisschool van de WAB, the Western Academy of Beijing. Dit is een Engelstalige internationale school met alle mogelijke afdelingen, vanaf de pre-kleuterschool tot en met de high school, waar een grote variatie aan nationaliteiten rondloopt met aardig wat Nederlanders maar ook veel Koreanen en Chinezen. Omdat het gebouwencomplex maar een paar kilometer bij ons vandaan ligt, was een afspraak voor een bezoek snel gemaakt. Dat bezoek was dus vanmiddag.

’t Is echt ongelooflijk wat deze school te bieden heeft aan faciliteiten. Elke leraar een klassenassistent, een leerlingenrestaurant met een groot internationaal voedingsaanbod, prachtige lokalen, grote bibliotheken, een Apple laptop voor zelfs al de jonkies vanaf een jaar of zes, prachtige tuinen, een soort lounge afdelingen voor de oudere leerlingen die in een duurder etablissement niet misstaan en een gigantische rij nieuwe schoolbussen. Maar zoiets mag je natuurlijk ook wel verwachten als je als ouder een slordige $ 20.000 per jaar moet betalen, ook al worden die kosten eigenlijk altijd betaald door het bedrijf of de ambassade waarvoor je werkt.
Wat mij heel erg aansprak was de hoeveelheid kunst in de school, de muzieklokalen met bijbehorende opnamestudio, de ruimten waar films konden worden opgenomen, de expressieruimten waar leerlingen bezig waren met toneel, maar ook de grote bronzen beelden van natuurkundigen als Galileï en Newton naast andere moderne kunstuitingen in de tuinen .
Toevallig waren er net twee leerlingententoonstellingen gaande, één van ook leerlingen van Rob rond de 10 jaar en één van high school leerlingen. Het niveau was zeer hoog. Zou je verwachten dat het werk hier boven door een 10-jarige is gemaakt? Die had het wereldberoemde ‘De Schreeuw’ van Munch als uitgangspunt genomen maar er een mooie Chinese draai aan gegeven als je naar het gezicht kijkt.
Ik hoop dat de rest van de bijgevoegde foto’s weer voor zichzelf spreekt.
En die hot pot, samen met Rob op een plek waar hij nog nooit een Westerling had gezien, was ook weer een zeer positieve ervaring!














woensdag 21 mei 2008


Vandaag was Chinese Muur dag. Want als je dan toch in Peking bent, moet je daar ook een keer heen. Weliswaar waren we er 13 jaar geleden al een keer geweest, maar dat was bij het Badaling-gedeelte, het stuk dat je altijd al ziet en waar de meeste toeristen heengaan. Vandaar dat voor vandaag de keus viel op twee andere stukken, Simatái en Jinshanling, die relatief dicht bij elkaar liggen. Die liggen dan wel zo’n 120 km van Peking maar waren het aanzien meer dan waard.
Eerst moesten we natuurlijk Peking nog wel even uit. Dertien jaar geleden was ‘t een echte verrassing dat er toen al een file van zo’n 4 kilometer vooral nieuwe auto’s richting centrum stond. Opmerkelijk was dié file vanmorgen dus niet, zij het dat ie nu wel veel langer was. De echte verrassing dat er ook een grote file de stad úit stond. Maar dit terzijde.
Ik begrijp nu wel dat de meeste toeristenbussen naar Badaling gaan. Dat is te voet veel makkelijker te belopen, voor de twee andere bestemmingen moet je heel veel klimmen. Dat kun je overigens wel beperken door een soort stoeltjesliften en een minitreintje te nemen. Maar het klimmen blijft noodzakelijk. Simatái was mooi, Jinshanling indrukwekkend! Al is het dan allemaal nog niet zo lang geleden gerestaureerd en is dat waarschijnlijk ook niet altijd op de juiste historische wijze gebeurd, het blijft een unieke belevenis op die Chinese Muur te lopen. Bij Jinshanling was het heerlijk rustig, op hele stukken was er geen toerist te bekennen was. En dat gaf toch wel een speciaal gevoel, gewoon helemaal alleen te zijn op zo’n geweldige historische plek in alle rust en stilte. Prachtig! Ik hoop dat de beelden iets weergeven van dat gevoel.









dinsdag 20 mei 2008


Om ’t makkelijk te maken voor de mens heb je het MoMA in New York, het IMMA in Dublin, het Mukha in Antwerpen, het MAMAC in Nice en het NAMOC in Peking. De ingewijde weet natuurlijk gelijk dat de musea voor moderne kunst zich tegenwoordig graag tooien met dit soort afkortingen. Het gebruik van deze kreten in het juiste gezelschap geeft je daarbij beslist een bepaalde meerwaarde.
Maar goed, we waren vandaag dus in het NAMOC, het National Art Museum of China. Dat leek ons leuk en het was ook leuk. Maar wie kwamen we daar onder anderen tegen? Caspar Friedrich, de grote romantische Duitse schilder uit de eerste helft van de 19de eeuw, Emil Nolde als vertegenwoordiger van de Duitse Expressionisten uit de eerste helft van de 20ste eeuw, Gerhard Richter als exponent van de moderne Duitse kunst en nog een heleboel andere Duitsers. Al die tentoonstellingen waren natuurlijk georganiseerd in het kader van de Olympische Spelen want alles in Peking is georganiseerd in het kader van de Olympische Spelen. En als ’t dat niet zo is, is er wel een draai aan te geven waardoor het weer wel zo is.
Van Friedrich vind ik het wel interessant de foto van een klein schilderij bij te voegen dat zonder voorkennis in mijn ogen ook voor Chinees had kunnen doorgaan. Romantischer kan ‘t bijna niet: twee mannen die over de maan staan te discussiëren.
De solotentoonstelling van Richter was zondermeer imposant te noemen. Vooral zijn grote abstracte olieverven (zie foto) hadden veel impact op me. Ik zou wel eens willen weten hoe hij die maakt, hoe hij al zijn verschillende verflagen over elkaar aanbrengt, welke technische trucs hij daarbij gebruikt? Degenen die mijn werk kennen, kunnen zich wel voorstellen dat zoiets mij intrigeert.
Uit de foto’s blijkt dat het geheel geen probleem was in het museum te fotograferen, terwijl dat bij ons vrijwel altijd verboden is. Dat verbod stond ook hier buiten aangekondigd, maar binnen trok niemand zich er wat van aan. Sommige werken werden werkelijk tot in detail digitaal opgeslagen. Om er thuis wat mee te gaan doen? Dit is ten slotte China!
Omdat we toch in de buurt waren, zijn we na het museumbezoek doorgelopen naar de achterkant van de Verboden Stad. Daar ligt, heel uitzonderlijk voor het vlakke Peking, een park met een hoge heuvel. Maar die is dan ook kunstmatig ontstaan door alle aarde die overbleef na het graven van de grote gracht rondom het keizerlijk verblijf op een grote hoop te gooien. Je zou vanaf de top een mooi uitzicht moeten hebben over die Verboden Stad. Wel, bekijk de twee bijgevoegde foto’s maar eens, gemaakt op een gewone doordeweekse en qua weer geen bijzondere dag. Volgens mij hebben de atleten die nu al hebben afgezegd voor de Olympische Marathon daar heel verstandig aan gedaan!



maandag 19 mei 2008


Tot nu toe heb ik al heel wat kunstenaarsateliers bezocht, zowel binnen het kunstenaarsdorp Art Garden waar we zitten als er buiten (zie weer de bijgevoegde verzameling foto’s). Daarbij blijft het taalprobleem toch vaak een barrière om uitgebreid over hun kunst, middelen van bestaan en levenswijze te kunnen praten met elkaar. Maar af en toe lukt ’t wel in een rudimentair Engels of duikt er ineens een goed Engelssprekend persoon op die even snel via de mobiel is geregeld. Dan kun je weer echt wat wijzer worden. Want de kunstenaars zijn zeer vriendelijk, gastvrij en bereid om nieuwsgierige medekunstgenoten als ik antwoord op hun vragen te geven.

Op het financiële vlak heb ik zo geleerd dat de rente voor de gigantische ateliers in mijn omgeving zo’n € 5000 per jaar bedraagt. Ten minste nu! Want de laatste twee jaar is die huurprijs bijna twee keer zo hoog geworden. Als je voor een enigszins modern en niet te groot appartement meer naar het centrum toe al gauw tussen de € 500 en € 1000 per maand moet betalen, valt dat dus wel mee, zeker als je er ook nog redelijk comfortabel in kunt wonen. En dat laatste is zeer wel mogelijk. Maar in mijn ogen blijft ’t voor Chinese begrippen veel geld alhoewel er blijkbaar toch voldoende kunstenaars zijn die dit kunnen betalen en ook nog geld genoeg overhouden voor een dikke auto. Natuurlijk heeft een flink aantal een vaste baan om te kunnen leven, van enkelen weet ik dat ze gewoon een contract hebben met een galerie, iets dat hier blijkbaar toch meer voorkomt dan in Nederland. Soms is dat sterk beperkend in hun vrijheid van werken met anderen, soms ook moeten ze per jaar een aantal werken afleveren en kunnen ze met de rest doen wat ze willen.

Die auto’s worden misschien wel verklaard door het feit dat over kunst in China nog geen belasting hoeft te worden betaald, dat er ook geen rekeningen nodig zijn en dat er al veel superrijke Chinese verzamelaars zijn die uit statusoverwegingen heel makkelijk massa’s schilderijen koopt en dan ’t liefst geen kleintjes maar alleen hele grote. Hoe zou dat gaan wanneer uiteindelijk de nu nog ontbrekende wet wordt ingevoerd waardoor wel belasting zal moeten worden betaald? Of zouden de autoriteiten het gewoon zo laten als de in doorsnee vaak vrijdenkende kunstenaars in de diverse kunstenaarsenclaves in en rondom Peking op deze manier aardig tevreden zijn? Een intrigerende vraag!














zondag 18 mei 2008



Vandaag heb ik een dagje vrij genomen. Dus even geen weblog.

Tot morgen!

zaterdag 17 mei 2008


Hebben wij in Europa de Gorge du Verdon, dan hebben de Amerikanen de Grand Canyon en die is veel dieper en breder. Hebben wij ergens in Spanje nog een woestijn, dan hebben de Amerikanen in Nevada een veel grotere. Hebben wij nog ergens oude en hoge bomen, dan hebben de Amerikanen de veel oudere en veel hogere sequoia’s in Californië. “t Is gewoon zo, de Amerikanen hebben van alles wel iets hoger, dieper en breder. Maar in China kunnen ze in ieder geval zeggen dat ze de grootste vlooien/troep/handvaardigheids/vazen/antiek/enz. markt hebben.
Vanmorgen waren we op de Panjiayuan markt, inderdaad een gigantische markt waar elke dag enkele duizenden handelaars bij elkaar komen om aan de meer dan 50.000 dagelijkse bezoekers een ontzettende hoeveelheid curiosa aan te bieden. Kunst, nou ja, soms. Antiek, nou dat is maar afwachten. Echt zilver, wees op je hoede. Maar hoe dan ook, ’t is een ervaring. Curieus was om te zien hoeveel stalletjes er waren met posters en voorwerpen uit de Mao-tijd. Blijkbaar worden die nu vlijtig verzameld. De Grote Roerganger was er op alle mogelijke manieren terug te vinden. Ergens werd zelfs een uit drie delen bestaande poster van hem op de vieze vloer uitgerold, waarbij een aantal exemplaren van zijn Rode Boek dienden om het terugrollen te voorkomen (zie de foto). Ik denk dat in het recente verleden dit soort profane omgang met zijn beeltenis niet al te erg op prijs zou zijn gesteld!Je kunt hier uren ronddwalen, de traditionele Chinese papierkunst bekijken of de namaakschilderijen van nu wereldberoemde moderne Chinese kunstenaars, de sieraden uit Chinese minderheidsgebieden, Boeddha’s in allerlei soorten, maten en houdingen, Tibetaanse kastjes, tapijten, kleedjes, afgedragen kinderhoedjes en grote vazen, maar dan waarschijnlijk niet van de Ming dynastie. En je moet natuurlijk nooit de gevraagde prijs betalen. Maar is dat niet zo op al dit soort markten over de hele wereld?